– Declaration and Mission Statement –

Declaration

Wij, de ambachtelijke en low-impact vissers en schelpdiervissers van Europa….

…verenigen ons om onze benarde positie te bespreken en een petitie te overhandigen aan de besluitvormers van de Europese Unie (EU), met als doel ons levensonderhoud, gemeenschap en erfgoed te beschermen. Wij zijn ervan overtuigd dat, om weer groeiende en florerende Europese visserijen te krijgen, het nieuwe Gemeenschappelijke Visserijbeleid (GVB) niet-duurzame visserij moet bestrijden en ambachtelijke en low-impact vissers voorrang moet geven binnen de Europese visserij.

 

Onze bedrijven en ons levensonderhoud zijn altijd afhankelijk van de visbestanden in onze lokale visgronden. In tegenstelling tot grotere vaartuigen, kunnen we ons niet verplaatsen naar nieuwe visgronden wanneer die van ons uitgeput zijn. Vandaag de dag wordt ons werk bedreigd door menselijke druk op kustgebieden, waaronder niet-duurzame, grootschalige visserij en veranderingen in het mariene ecosysteem.

Wij zijn goede rentmeesters van de zee waar wij al eeuwen ons werk doen, doordat we onze visserij afstemmen op de beschikbare visbestanden en op die manier onze bedrijven en levenswijze beschermen. We hebben ons altijd aangepast aan de kenmerken van onze visgronden door onze technieken aan te passen, ons te richten op verschillende vissoorten en door rekening te houden met het paaiseizoen van de vis. Ons werk heeft een relatief lage impact op het ecosysteem en veroorzaakt slechts kleine hoeveelheden discards.

We gebruiken selectief en milieuvriendelijker vistuig. De eigenaar werkt zelf op het vissersvaartuig en wij respecteren de regels en wetgeving of, wanneer deze wetgeving niet of onvoldoende aanwezig is, leggen wij onszelf maatregelen op om de visbestanden en hun leefomgeving te beschermen. Deze manier van werken leidt tot een sterke sociale, culturele en economische link met onze gemeenschap.

We spelen een belangrijke rol binnen op de vismarkt. We voorzien de markt van verse, diverse, lokaal gevangen producten van hoge kwaliteit, waarbij we het paaiseizoen van de verschillende soorten bewaken, en daarbij vaak direct aan de consument bezorgen.

Wij vertegenwoordigen ongeveer 80% van de EU visserijvloot in aantal vaartuigen. In Groot-Brittannië zorgen wij bijvoorbeeld voor meer dan de helft van de fulltime banen op zee. Daarnaast genereren onze bedrijven vele  visverwerkende banen aan de kust.

Sinds het begin van het GVB hebben we veel geleden onder een oneerlijk en ongebalanceerd beleidskader: de meerderheid van de quota’s en Europese subsidies gingen naar de grootschalige visserijen van Europa. Dit verhoogde de vangstcapaciteit van de grote vloot, terwijl het tegelijkertijd kleinschalige, duurzame vissers marginaliseert en hen aan de kant schuift. Het is schandelijk dat zoveel steun wordt geboden aan diegenen die een groot effect hebben op het milieu, die vaak werken met tijdelijke arbeidscontracten, ongeschoolde arbeid en nauwelijks voordeel opleveren voor de lokale gemeenschap. Dit, terwijl velen van ons banen kwijtraken, of worden gedwongen naar een tweede bron van inkomsten te zoeken.

We voelen ons onvoldoende vertegenwoordigd door onze nationale overheid, door de visserijsector in Brussel en de Europese Unie.

Wij zijn er van overtuigd dat de toekomst van de Europese visserij ligt bij de duurzame, low-impact kustvisserijbedrijven zoals die van ons en niet bij de grootschalige industriële trawlers.

Op dit moment wordt meer dan 60% van de Europese visbestanden bevist op of boven duurzaam niveau. Alleen wanneer het GVB niet langer de focus legt op niet-selectieve, grootschalige en brandstof verslindende visserij methoden, kunnen de Europese visbestanden zich herstellen, kan er de markt continu voorzien worden van duurzaam gevangen vis en kan er een duurzame inkomstenbron verzekerd worden aan zowel de visserijsector als voor de kustgemeenschappen die daarvan afhankelijk zijn.

Het is hoog tijd om Europa’s duurzame, ambachtelijke en low-impact vissers in het hart te plaatsen van het toekomstige GVB. Wij vragen EU besluitvormers om:

  1. Geef het recht om te vissen aan degenen die dit duurzaam doen;
  2. Reduceer de overcapaciteit in de vloot, maar bescherm hierin de werkgelegenheid van de ambachtelijke, low-impact visserij;
  3. Beëindig destructieve subsidies en niet-duurzame visserij;
  4. Geef de zeeën in Europa en de rest van de wereld de kans om zich te herstellen;

Wij, de Europese ambachtelijke en low-impact vissers…

… willen gezonde zeeën en oceanen nalaten, waar minder en beter gevist wordt. We willen onze kinderen laten vissen in gezonde oceanen met gezonde visbestanden en hen een betere kwaliteit vis garanderen dan in de huidige tijd. Wij, de meerderheid van de Europese vissers die rentmeesters zijn van het mariene ecosysteem, onze gezamenlijke stem gehoord wordt voordat het te laat is.

Gedetailleerde overwegingen voor EU besluitvormers

  1. Geef het recht om te vissen aan degenen die dit duurzaam doen;

 Het GVB moet bij het verdelen van de visrechten voorrang verlenen aan vissers die de laagste impact op het ecosysteem hebben. Daar moet de belangrijke rol van de lokale visactiviteiten en gemeenschappen in mee worden genomen. Visrechten moeten verbonden worden aan het gedrag van individuele ondernemers, op basis van ecologische, sociale en economische criteria. Vissers met duurzame toepassingen, minimale bijvangst, een hoge werkgelegenheid in verhouding tot de vangst-hoeveelheid en een grotere zelfstandigheid ten aanzien van subsidies en brandstof, moeten voorrang krijgen. Op deze manier kan de werkgelegenheid in de visserij overeind worden gehouden en kunnen de visserij activiteiten in en rondom de kustgemeenschappen uitbreiden.

Het GVB moet erkennen dat quota (het visrecht) een openbaar goed zijn, geen privé eigendom. Visserij-mogelijkheden moeten worden toebedeeld via een systeem dat duurzame visserij beloond. Daarom zijn wij tegen overdraagbare visserijconcessies (OVC’s), een systeem dat visserijmogelijkheden effectief privatiseert en hoogstwaarschijnlijk leidt tot verbeterde marine hulpbronnen die in handen komen van een kleiner aantal, sterkere spelers. We zijn tegen privatisering van de zee en haar hulpbronnen.

  1. educeer de overcapaciteit in de vloot, maar bescherm hierin de werkgelegenheid van de ambachtelijke, low-impact visserij;

Er wordt geschat dat de druk die EU visserijvloot uitoefent op de visbestanden twee tot drie maal groter is dan het duurzame niveau. Het nieuwe GVB moet verplichten tot een gedetailleerde berekening van de overcapaciteit in verhouding tot de beviste bestanden. Bij het in kaart brengen van de capaciteit moet rekening worden gehouden met het vermogen van een vaartuig of vloot om vis te vangen, en niet alleen met het aantal, de grootte of het motorvermogen van vloten.

Daar waar er sprake is van overcapaciteit, moeten EU lidstaten onmiddellijk zorgen voor een actieplan om de visserij capaciteit te reduceren. Ook zou er een capaciteitsverschuiving moeten plaatsvinden naar low-impact visserijmethodes, zonder dat het duurzame niveau van visserijdruk overschreden zal worden. Deze plannen moeten in lijn gebracht worden met regionaal visserijmanagement en er moet gegarandeerd worden dat men niet simpelweg de overcapaciteit en de overbevissing verschuift naar wateren buiten de EU. Er bestaan vele gevallen van misleidend gebruik van subsidies, waarbij er tegelijkertijd vaartuigen gesaneerd werden als dat er delen van de vloot vernieuwd werden. Iets wat resulteerde in een netto toename van de visserij capaciteit, vooral in het grootschalige segment van de vloot. Dit resulteerde vervolgens ook in een afname van de visstand.

We onderstrepen de noodzaak om minder te vissen op Europees niveau, maar dit mag niet gebeuren in het nadeel van diegenen die meer duurzaam vissen. Het nieuwe GVB moet een visserijsector nastreven die voorrang geeft aan kwaliteit boven kwantiteit: minder vissen, maar op een verstandige manier.

  1. Beëindig destructieve subsidies en niet-duurzame visserij;

De industrialisatie in de visserijsector heeft geresulteerd in Europese zeeën die eeuwenlang hebben geleden onder destructieve visserij en overbevissing.

De Europese vloot ontvangt elk jaar miljoenen euro’s subsidie. Een groot deel van dit geld wordt uitgegeven aan destructieve en soms zelfs illegale vispraktijken. Het nieuwe Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV) moet zich juist focussen op de transitie van visserijgemeenschappen en ondernemers naar een meer duurzame benaderingswijze.

Alle Europese vissers moeten zich strikt aan alle regels houden. Vaartuigen of ondernemers die betrapt worden op illegale praktijken zouden in de toekomst geen subsidie meer mogen ontvangen. Het nieuwe GVB moet de toezicht en controle versterken en verbeteren. Deze maatregelen moeten op dezelfde en gelijke wijze worden uitgevoerd, zowel binnen de EU als daarbuiten.

Een verbijsterende 1,3 miljoen ton vis wordt elk jaar van Europese vloten teruggegooid in de noordoostelijke Atlantische Oceaan. Het vernieuwde GVB moet duidelijke stappen bevatten richting een standaard om verder te gaan zonder discards, aangevuld met strikte regels over selectiviteit, grootte en gewicht van sleepnetten, dreg of andere mobiele tuigen. Dit zal de ongewenste bijvangst verminderen, evenals de vraag naar een groter motorvermogen. Het EFMZV moet de ontwikkeling naar meer selectieve praktijken gebruiken ondersteunen, samenwerkingen tussen vissers en wetenschappers bevorderen, en steun verlenen aan het creëren van representatieve organen binnen de ambachtelijke low-impact sector. Destructieve vismethoden met een nadelige invloed op het mariene ecosysteem moeten verboden worden. Hieronder vallen bepaalde vormen van zware mobiele vistuigen en visserij op onvolwassen en ondermaatse vissen. Diegenen die met destructieve methoden vissen, zouden niet beschouwd mogen worden als ambachtelijke duurzame vissers onder het GVB.

  1. Geef de zeeën in Europa en de rest van de wereld de kans om zich te herstellen;

 Europees visserij management zou rekening moeten houden met de verschillende lokale en regionale omstandigheden en de ambachtelijke visserijsector daarin centraal stellen. Het moet bouwen op de ervaring en vaardigheden van mensen die direct gelinkt zijn aan visserij. Hun empirische kennis en kunde moet gewaardeerd en gebruikt worden in sterkere samenwerkingen met overheden, wetenschappelijke organen, advies commissies, de low-impact en ambachtelijke sector en andere belanghebbenden. De ontwikkeling van duurzame managementplannen plannen moet in deze samenwerking een onderdeel zijn.

Binnen het nieuwe GVB moet het onderzoek naar de status van visbestanden en de herstelmaatregelen significant worden versterkt, onder andere door grotere financiering vanuit het EFMZV.

De implementatie van de ecosysteembenadering in visserij management, die het mariene ecosysteem zou beschermen, moet een randvoorwaarde vormen. Vangstbeperkingen zouden de wetenschappelijke adviezen niet mogen overschrijden en het nieuwe GVB moet garanderen dat in 2015 alle visbestanden zijn hersteld tot een gezond niveau, waarmee duurzame vangsten kunnen worden gerealiseerd.

Zeereservaten zijn één van de oplossingen om het mariene ecosysteem te beschermen tegen de invloeden van visserij. Net als voor elke andere natuurbeschermings-maatregel, moet het opstellen hiervan gebeuren met passend overleg en moet rekening worden gehouden met de belangen van de low-impact vissers.

 

 

 

 

Mission Statement

L. I. F. E. – Platform of the Low Impact Fishers of Europe

  1. Het L.I.F.E. platform werd opgericht om met eenduidige, sterke en overkoepelende stem de belangen van de kleinschalige low impact vissers in heel Europa te kunnen vertegenwoordigen. Uitgangpunt hiervoor was de Gemeenschappelijke Verklaring ondertekend op het Congres voor Europese Ambachtelijke Vissers in 2012. Haar missie is te zorgen dat er een visserij wordt gecreëerd die op duurzame wijze opereert. Hierbij moet de sociale en economische levensvatbaarheid van de kleinschalige low impact vissers in Europa gemaximaliseerd worden. L.I.F.E. maakt het voor Europese kleinschalige low impact vissers mogelijk om collectieve standpunten te ontwikkelen en te bespreken en daarmee de ontwikkeling en uitvoering van beleid en wetgeving te beïnvloeden, waaronder het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB). L.I.F.E. fungeert als een platform voor regionale en nationale low-impact visserijorganisaties in de EU-lidstaten en steunt de oprichting ervan waar vertegenwoordiging ontbreekt.
  1. L.I.F.E. streeft naar duurzaamheid in de visserij, door middel van management dat:
  • Geef het recht om te vissen aan diegenen die dit duurzaam doen;
  • Reduceer de overcapaciteit in de vloot, maar bescherm hierin de werkgelegenheid van de ambachtelijke  low-impact visserij;
  • Beëindig destructieve subsidies en niet-duurzame visserij;
  • Geef de zeeën in Europa en de rest van de wereld de kans zich te herstellen;
  1. Leden van L.I.F.E. zijn organisaties die hebben verklaard de missie van L.I.F.E. en de Gemeenschappelijke Verklaring te ondersteunen. LIFE staat voor vissers die low-impact vistuig gebruiken met betrekking tot de selectiviteit en de invloed op het oceanenleven. Ze werken op hun eigen schepen en zetten zich in om de duurzaamheid van hun activiteiten te garanderen, met respect voor de regels. Waar dergelijke regels ontbreken of onvoldoende zijn, zullen zij door zelf opgelegde maatregelen de visbestanden en het milieu beschermen. Ze onderhouden een sterke sociale, culturele en economische band met hun gemeenschappen. Vissers met vismethoden die schadelijke invloed hebben op het milieu hebben of die ondermaatse vis vangen, zullen niet vertegenwoordigd worden door LIFE. Deze methoden zullen worden vastgesteld per lidstaat.